Het begon niet met mijn ogen. Het begon met uitputting. Na de geboorte van mijn derde kind was ik op. Echt op. Ik werkte drie dagen in de week, deed de helft eigenlijk, en zelfs dat ging niet. Op mijn verjaardag reed ik huilend naar mijn werk. Ik had de hele nacht niet geslapen. Ergens in die periode voelde ik iets wat ik nooit had willen voelen. Een moment van spijt over iets wat ik nooit had willen betwijfelen. Dat deed me iets. Ik dacht: dit wil ik nooit meer voelen.
“Een bril geeft spanning. Niet alleen in de ogen, die spanning gaat door je hele lijf. Niemand vertelt je dat.”
Een half jaar later kwamen de ogen op mijn pad. Via een boek dat ik begin twintig had gelezen en nooit uitgelezen. Over zien zonder bril. Ik herinnerde me het opeens weer. Ik begon mijn bril af te zetten. Ik deed de oogontspanningsoefeningen. En die eerste nacht? Mijn man keek me de volgende ochtend een beetje mopperend aan: „Heb jij de kinderen niet gehoord?” Ze waren twee keer wakker geweest. Hij had overal heen geslagen. Ik: niets gehoord. Ik had maanden niet goed geslapen. En na één dag bril af sliep ik.











