- Wat er gebeurde toen een heel volk anders ging eten
- Wat het genenonderzoek werkelijk liet zien
- Buitenlicht: de factor die het verschil maakt
- Lezen en schermwerk: spanning in de oogspieren
- Suiker tijdens de groei van het oog
- Nancy: haar hele leven een bril, en nu anders leren zien
- Wat je kunt doen als bijziendheid in de familie zit
- Samenvatting: is bijziendheid erfelijk?
- Veelgestelde vragen over erfelijkheid en bijziendheid
- Over Karin Hogenboom

Is bijziendheid erfelijk? Wat het onderzoek werkelijk laat zien
Vader een bril, moeder een bril, en op een dag zit ook het kind bij de opticien. In zulke gezinnen lijkt bijziendheid een familiekwaal: iets wat je nu eenmaal meekrijgt, samen met de kleur van je ogen.
Toch klopt dat beeld niet met wat het onderzoek laat zien. Er is wel degelijk aanleg in het spel. Of die aanleg zich uit, hangt af van de omstandigheden waarin een kind opgroeit. En daar heb je invloed op.
Wat er gebeurde toen een heel volk anders ging eten
Het duidelijkste antwoord op de vraag of bijziendheid erfelijk is, komt van volkeren die traditioneel leefden en aten.
Onderzoekers keken in de jaren zestig naar Inuit-families in Barrow, Alaska. Van de oudere generatie, opgegroeid met traditionele voeding en een leven buiten, was minder dan 2 procent bijziend. Bij hun kinderen en kleinkinderen, opgegroeid met westerse voeding en westers onderwijs, was ongeveer 60 procent bijziend geworden (Young et al., 1969). Binnen één generatie, in dezelfde families, met hetzelfde erfelijk materiaal.

Bijziendheid bij twee generaties Inuit in Barrow, Alaska. Bron: Young et al., 1969.
Tandarts Weston A. Price reisde in de jaren dertig de wereld over en beschreef hetzelfde patroon bij de volkeren die hij bezocht. Zolang mensen aten wat hun voorouders aten, waren de gebitten sterk, de kaken breed en de ogen gezond. Zodra suiker, wit meel en fabrieksvoedsel hun intrede deden, veranderde binnen één generatie de bouw van het gezicht en ging het zicht achteruit.
Dit is de kern van de visie van VolZicht: wat van ouder op kind wordt doorgegeven, is vooral de manier van eten, kijken en leven.
Wat het genenonderzoek werkelijk liet zien
De Erasmus Universiteit leidde een groot internationaal onderzoek naar erfelijkheid en bijziendheid. Er werd een erfelijke component gevonden: zesentwintig genen die de kans op bijziendheid vergroten. Sommige daarvan spelen een rol bij de prikkeloverdracht tussen oogzenuw en hersenen, andere bij de structuur van het weefsel en de ontwikkeling van het oog.
In datzelfde onderzoek, met gegevens van ruim 45.000 mensen wereldwijd, viel iets anders op. Wie in Azië woonde en precies dezelfde erfelijke belasting had als iemand elders op de wereld, werd veel vaker bijziend. Het verschil zat in drie omstandigheden (Verhoeven, 2013):
- opgroeien in de stad;
- als kind weinig buiten spelen;
- als kind veel en langdurig dichtbij kijken, met het hoofd in de boeken.
Dezelfde genen, een ander leven, een andere uitkomst. Aanleg bepaalt dus hooguit de gevoeligheid. De omstandigheden bepalen wat er daadwerkelijk gebeurt met de ogen van een kind.
In deze video vertelt Karin Hogenboom waarom een bril of operatie zelden het antwoord is op die gevoeligheid:
Buitenlicht: de factor die het verschil maakt
Buitenspelen in vol daglicht is van groot belang voor de ontwikkeling van kinderogen. Uit een studie van de Universiteit van Cambridge bleek dat kinderen die weinig buiten speelden vaker bijziend werden dan leeftijdsgenoten die dagelijks buiten rondrenden. Het verschil was gemiddeld 3,7 uur per week (Sherwin, 2011).
De verklaring zit in het licht zelf. Bij te weinig blootstelling aan daglicht groeit de oogbol te langwerpig uit. Het brandpunt van het binnenkomende beeld valt daardoor vóór het netvlies, en de verte wordt wazig.
Daarmee is ook verklaard waarom de Aziatische deelnemers uit het erfelijkheidsonderzoek zoveel vaker bijziend werden: zij groeiden op in de stad en kwamen als kind te weinig buiten.
Lezen en schermwerk: spanning in de oogspieren
Ook veel lezen valt onder de risicofactoren. Lezen op zichzelf is prima. Bij het lezen span je je oogspieren aan om dichtbij scherp te zien, en gezonde ogen kunnen dat moeiteloos.
Het wordt anders wanneer je gespannen leest. Dan drukken de oogspieren voortdurend op de oogbol en wordt die te lang. Blijft die spanning aanwezig, dan wordt het oog bijziend. Zodra de spieren weer ontspannen, kan de oogbol ook terug naar zijn oorspronkelijke vorm. Dat ontspannen gaat vaak in stappen, en niet in één keer.
Meer hierover staat in het artikel over de oorzaak van bijziendheid.
Suiker tijdens de groei van het oog
Wat in het genenonderzoek buiten beeld bleef, is de rol van voeding. Suiker werkt rechtstreeks door in de ontwikkeling van het oog. Vooral bij kinderen, omdat hun ogen nog volop groeien.
Bij een voedingspatroon met veel suiker en snelle koolhydraten groeit de oogbol te langwerpig uit, net als bij te weinig buitenlicht. Zo kan bijziendheid al in de kinderjaren ontstaan, ook zonder dat er sprake is van aanleg in de familie. Lees hier meer over de invloed van suiker en voeding op bijziendheid.
Nancy: haar hele leven een bril, en nu anders leren zien
Nancy draagt sinds haar kindertijd een bril. Zo lang als ze zich kan herinneren hoorde die er gewoon bij, iets wat nu eenmaal bij haar ogen paste.
Bij VolZicht ontdekte ze dat er ruimte zat waar ze die niet verwachtte. Ze leerde anders kijken: met meer rust, met ontspanning, en met voeding die haar ogen werkelijk voedt. Buiten laat ze haar bril inmiddels steeds vaker af.
Nancy vertelt zelf over haar ervaring in deze video:
Wat je kunt doen als bijziendheid in de familie zit
Zit er aanleg in de familie, dan vragen de ogen om extra zorg. Die zorg begint in de kinderjaren, en werkt op elke leeftijd door.
- Stuur kinderen elke dag naar buiten om te spelen, ook op een zonnige dag, en zonder zonnebril. Het volledige daglicht helpt de oogbol goed uitgroeien. Bij felle zon werken schaduw en een pet of hoed beter dan donkere glazen.
- Woon je in de stad? Zoek dan zo vaak mogelijk een park of groenstrook op. Natuurlijke kleuren, diepte en beweging zijn voeding voor de ogen.
- Wissel lang lezen en schermwerk af met iets anders, zodat de ogen in beweging blijven en tussendoor naar de verte kunnen kijken.
- Haal de suiker en de snelle koolhydraten uit het dagelijkse patroon en zet er echte voeding voor in de plaats: eieren, lever, vette vis, bouillon, rauwmelkse producten.
- Let op spanning. Een kind dat veel moet en weinig speelt, kijkt gespannen. Rust in de dag komt terug in de blik.
Een volledig stappenplan staat in het artikel over beter zien zonder bril.
GRATIS E-BOOK - De eerste concrete stappen voor gezonde ogen staan in het gratis e-book ‘7 Tips Om Goed Te Gaan Zien’.
Zullen we even met je meedenken?
Loop je na het lezen van dit artikel nog met een vraag rond? Of ben je benieuwd wat de VolZicht-aanpak voor jouw ogen kan betekenen?
Stuur ons gerust een berichtje via WhatsApp. We denken met je mee en kijken samen wat een fijne volgende stap is.
Wil je uitgebreider naar jouw situatie kijken?
Tijdens een persoonlijk telefonisch inzichtgesprek nemen we rustig de tijd voor jouw verhaal. We bespreken waar je tegenaan loopt, wat je graag wilt bereiken en wat de VolZicht-aanpak voor jou kan betekenen. Zo krijg je meer inzicht in de mogelijkheden en ontdek je of VolZicht bij je past.
Samenvatting: is bijziendheid erfelijk?
Er bestaat erfelijke aanleg, in de vorm van genen die de gevoeligheid vergroten. Wat er vervolgens gebeurt, bepaalt de leefstijl: buitenlicht, voeding, de hoeveelheid dichtbij kijken en de spanning in het systeem. Bij Inuit-families werd binnen één generatie meer dan de helft bijziend nadat de voeding en het onderwijs westers werden. Dat maakt bijziendheid tot iets waar je zelf aan kunt werken, ook wanneer de rest van het gezin een bril draagt.
Veelgestelde vragen over erfelijkheid en bijziendheid
Is bijziendheid erfelijk?
Er zijn genen gevonden die de gevoeligheid voor bijziendheid vergroten (Verhoeven, 2013). Of iemand daadwerkelijk bijziend wordt, hangt af van buitenlicht, voeding, schermgebruik en spanning. Bij volkeren die overstapten op westerse voeding en westers onderwijs werd binnen één generatie meer dan de helft bijziend, terwijl hun ouders dat niet waren.
Mijn beide ouders dragen een bril. Word ik dan ook bijziend?
Dat staat niet vast. In gezinnen wordt meestal ook de leefstijl gedeeld: hetzelfde eten, dezelfde hoeveelheid schermtijd, dezelfde gewoonte om binnen te blijven. Verandert dat, dan verandert het risico mee.
Hoeveel tijd buiten hebben kinderen nodig?
Twee uur per dag buiten is een goede richtlijn. Uit onderzoek bleek dat kinderen die bijziend werden gemiddeld 3,7 uur per week minder buiten doorbrachten dan hun leeftijdsgenoten (Sherwin, 2011).
Is een zonnebril nodig als kinderen buiten spelen?
Nee. Bij daglicht heeft het volledige lichtspectrum een gunstige werking op de groei van het oog. Brandt de zon fel, zoek dan de schaduw op of zet een hoed of pet op. Natuurvolkeren droegen geen zonnebril en hadden gezonde ogen.
Kan mijn kind nog bijkomen als het al een bril heeft?
Ogen blijven reageren op wat ze krijgen. Meer buitenlicht, betere voeding, minder aaneengesloten schermtijd en meer rust geven ook bij een bestaande sterkte ruimte voor herstel.
Over Karin Hogenboom
Karin Hogenboom is specialist in gezonde ogen en oprichter van VolZicht. Sinds 2010 begeleidt ze mensen bij het herstellen van hun ooggezondheid via voeding, ontspanning en innerlijk werk. Ze schreef de boeken Heel je Ogen, Heel je Leven en Geef je Ogen de Kost, en werd geïnterviewd door onder andere De Andere Krant, Optimist Magazine en The Trueman Show. De aanpak van VolZicht is gebaseerd op jarenlange ervaring uit de eerste hand: Karin heelde haar eigen ogen, begeleidde sindsdien honderden mensen persoonlijk bij uiteenlopende oogklachten, waaronder bijziendheid, en bereikte duizenden anderen met haar online programma’s en boeken.
Klik hier om meer over haar achtergrond en werkwijze te lezen.
Over dit artikel
Wat je hier leest komt voort uit de praktijkervaring met natuurlijke ooggezondheid die Karin sinds 2010 opbouwt, aangevuld met de onderzoeken waarnaar verwezen wordt. Je beslist zelf wat je ermee doet. Jij kent je eigen situatie, en de keuze voor de stappen die je zet ligt bij jou.
Bij acute klachten is het raadzaam om een oogarts te consulteren: een plotselinge toename van lichtflitsen of zwevers, een schaduw of gordijn in je blikveld, pijn, of zicht dat in korte tijd sterk verandert. Maar voor jouw ogen zorgen en ze geven wat ze nodig hebben, dat doe je toch echt zelf.

